Plastisch chirurg Maasstadziekenhuis

Update
Op 19 4 2016 berichtte de Inspectie Gezondheidszorg-IGZ- dat permanente fillers uitsluitend voor reconstructieve chirurgie en niet voor cosmetische doeleinden gebruikt mocht worden.
Lees het bericht van de IGZ:  Actief toezicht richting aanbieders behandeling permanente fillers

Commentaar SIN-NL
Compliment voor deze patiënte die zo hard blijft doorvechten voor gerechtigheid inmiddels bij het Centraal Tuchtcollege omdat het Regionaal Tuchtcollege totaal voorbij aan de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege in 2011!  www.tuchtrecht.overheid.nl

Het College bepaalde toen dat een arts die bij de behandeling van een tuchtklacht verklaringen aflegt die “opzettelijk in strijd zijn met de waarheid”, in strijd handelt met de goede uitoefening van de gezondheidszorg. Anders gezegd: hoewel hij of zij niet onder ede staat, moet een arts de waarheid spreken voor de tuchtrechter.

update
Het Centraal Tuchtcollege heeft de klacht van de patiënte bij uitspraak van 12 januari 2016- zie onderaan- in hoger beroep afgewezen en daarbij expliciet overwogen dat de patiënte niet aannemelijk heeft gemaakt dat de plastisch chirurg in een eerdere procedure in strijd met de waarheid zou hebben verklaard.
De patiënte is hierover verbijsterd.
De naam van de plastisch chirurg is bekend bij SIN-NL.
————————————————-

Heeft naar de mening van patiënte zonder de patiënte te informeren  over mogelijke negatieve bijwerkingen een veel te grote hoeveelheid van de rimpelvuller Dermalive ingespoten rond de mond en zonder toestemming te vragen extra Dermalive ingespoten rond de neus. Het betrof hier een middel dat net nieuw op de markt was en waarvan niet duidelijk was wat dit op de lange termijn zou doen.
De ingespoten Dermalive is vervormd tot zeer grote knobbels in haar gezicht en patiënte heeft inmiddels diverse operaties ondergaan om deze knobbels te laten verwijderen.
Foto’s zie hieronder.
Weigerde naar de mening van patiënte eerlijke informatie, diagnostiek en herstelbehandeling en schond Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst.

Tot verbijstering van de patiente heeft het Centraal Tuchtcollege op 12 jan 2016 het hoger beroep ondanks diverse sterke bewijzen afgewezen.
Het is juridisch gezien onrechtmatig om bewijzen van medisch nalatig handelen waardoor aantoonbaar ernstige fysieke schade is ontstaan te negeren.
Zie doofpotdossier plastisch chirurg.

Extra informatie:

Nadat patiënte door de plastisch chirurg werkend vanuit Het Maasstad ziekenhuis, na het inspuiten van een permanente rimpelvuller allemaal harde bulten in haar gezicht en lippen krijgt moet de dokter op 2 februari 2010 voor het Regionaal Tucht College verschijnen.

Echter pas na de afwijzing van de klacht in 2010 kan na 6 operaties welke zijn vastgelegd  op beeld, wettelijk en overtuigend worden bewezen dat de bulten in het gezicht en lippen van patiënte uitsluitend gevormd worden door harde plastic klonten. Het vloeibaar gemaakte middel is tijdens het uithardingsproces in het gezicht van mevrouw verkleefd aan spiertjes, zenuwen en huidweefsel.

Een plastic klont wordt uit het gezicht van mevr. van Hooft gehaald.

Een plastic klont wordt uit het gezicht van patiënte gehaald.

Een plastic klont wordt uit de lip verwijderd.

Een plastic klont wordt uit de lip verwijderd.

Hechtingen in de lip van mevr. Van Hooft.

Hechtingen in de lip van patiënte

Potje met verwijderde acrylaat stukken

Potje met verwijderde acrylaat (plastic) klonten

Deze ontwikkeling was wel degelijk te voorzien. Hij nam hiermee dan ook een onaanvaardbaar risico, naar de mening van patiënte.

Bijsluiter van Dermalive

Bijsluiter van Dermalive. Klik voor vergroting.

Uit de achterhaalde bijsluiter blijkt dat de permanente rimpelvuller Dermalive door de plastisch chirurg  nooit in het lippenrood van patiënte gespoten had mogen worden!

Het Maasstadziekenhuis dreigt na het verschijnen van patiënte in De Wereld Draait Door (21 okt. 2013) in de media aangifte te doen van smaad en laster (Zorgvisie, 23 okt. 2013).

Daarom stelt patiënte voor om in het bijzijn van een onafhankelijke notaris van haar volgende operatie wederom beeld en geluidsopnamen te laten maken en de nog te verwijderen klonten uit haar gezicht en lippen door deze notaris te laten verzegelen voor  medisch forensisch technisch onderzoek.

Patiënte heeft door de vele operaties voldoende wettelijk en overtuigend bewijs dat de harde plastic klonten in haar gezicht en lippen aantoonbaar uithardingen van het ingespoten middel zijn.

Doordat de plastisch chirurg steeds heeft verklaard dat de ontwikkeling zoals deze zich heeft gemanifesteerd  in het gezicht en lippen van patiënte  door hem niet te voorzien was, is de klacht door alle instanties afgewezen.

Uitspraak Centraal Tuchtcollege 12 januari 2016
http://www.medischcontact.nl/Kennis/Recht/Uitspraak-Tuchtcollege/Tuchtzaak/154065/Liegen-tegen-de-tuchtrechter-mag-niet.htm

Uitspraak Centraal Tuchtcollege 12 januari 2016
Liegen tegen de tuchtrechter mag niet
Publicatie Nr. 22 – 02 juni 2016
Jaargang 2016
Rubriek Uitspraak Tuchtcollege
Auteur Sophie Broersen en Diederik van Meersbergen
Pagina’s 34-36

De ongelukkigen onder u die voor de tuchtrechter moeten verschijnen, hoeven daarbij niet te zweren dat ze de waarheid vertellen. Wie op een leugen wordt betrapt, kan dus ook niet voor meineed worden vervolgd. Maar dat wil nog niet zeggen dat bewust onwaarheden verkopen tegen de tuchtrechter is toegestaan.

In deze tuchtzaak klaagt een vrouw over de ‘meinedige’ verklaringen van een plastisch chirurg in een eerdere tuchtzaak. Hij zou in die eerste zaak opzettelijk hebben gelogen, over de mogelijke bijwerkingen van een middel dat hij bij haar inspoot. Het regionaal tuchtcollege acht de vrouw niet-ontvankelijk in haar klacht, maar het Centraal Tuchtcollege is het daar niet mee eens. Het gaat inderdaad niet over meineed, maar opzettelijk liegen over een behandeling is in strijd met het ‘belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg’. Terecht, lijkt ons. In dit geval kan het Centraal Tuchtcollege niet vaststellen dat de man gelogen heeft, dus wordt de klacht afgewezen.

Sophie Broersen, arts/journalist

Diederik van Meersbergen, jurist KNMG

Centraal tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2014.446 van:

A., wonende te B., appellante, klaagster in eerste aanleg,

tegen

C., plastisch chirurg, werkzaam te D., verweerder in beide instanties, gemachtigde: mr. J.M. Aantjes-Hubers.

1. Verloop van de procedure

A. – hierna klaagster – heeft op 26 april 2013 bij het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag tegen C. – hierna de plastisch chirurg – een klacht ingediend. Bij beslissing van 23 september 2014, onder nummer 2013-094 heeft dat College klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Klaagster is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De plastisch chirurg heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2015, waar zijn verschenen klaagster en de plastisch chirurg, laatstgenoemde bijgestaan door mr. J.M. Aantjes -Hubers. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities die aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.

2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“(…)

2. De feiten

Klaagster heeft eerder een klacht ingediend tegen verweerder. Hierbij verweet

klaagster verweerder met name dat hij in 2000 zonder deugdelijke voorlichting tegen

de afspraak in het middel Dermalive heeft ingespoten in haar neus- en mondplooien.

Deze klacht (met kenmerk 2009-087) is door dit Tuchtcollege behandeld op

2 februari 2010 en bij uitspraak van 30 maart 2010 afgewezen. Klaagster heeft tegen deze uitspraak geen hoger beroep ingesteld.

2.2 Hierna heeft klaagster diverse operaties ondergaan, waarbij ingekapselde bultjes uit haar gezicht zijn verwijderd. Volgens klaagster zijn deze bultjes veroorzaakt door het inspuiten in 2000 met Dermalive.

3. De klacht

Klaagster verwijt verweerder zakelijk weergegeven dat hij in voornoemde procedure 2009-087 meinedige verklaringen heeft afgelegd ten overstaan van het College;

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5. De beoordeling

Klaagster verwijt verweerder, naar het College begrijpt, dat hij heeft gelogen tegenover het tuchtcollege bij de mondelinge behandeling op 2 februari 2010. Voor zover klaagster spreekt over ‘meineed’ berust dit kennelijk op een misverstand. Verweerder is niet onder ede gehoord. Het verwijt van ‘liegen bij het Tuchtcollege’ valt niet onder een van de tuchtnormen van art 47 Wet BIG (betreft immers niet ondeugdelijke individuele zorg of enig ander handelen als arts in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg als bedoeld in art 47, lid 1 onder a en/of b van de Wet BIG). Verweerder heeft het recht zich tegen een tuchtklacht te verweren. Dit betekent dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.

(…)”

3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals deze zijn vastgesteld door het Regionaal Tuchtcollege en hiervoor onder 2 “2. De feiten” zijn weergegeven.

4. Beoordeling van het hoger beroep

4.1 In hoger beroep heeft klaagster aangevoerd dat het Regionaal Tuchtcollege haar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar klacht. Zij heeft betoogd dat de plastisch chirurg in strijd heeft gehandeld met een goede uitoefening van de gezondheidszorg door in een eerdere tuchtrechtelijke procedure opzettelijk in strijd met de waarheid over haar behandeling te verklaren. De plastisch chirurg heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

.2 Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat een arts die in een tuchtrechtelijk procedure opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring aflegt omtrent wetenschap die hij heeft als arts met betrekking tot de behandeling van zijn patiënt, handelt in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg (artikel 47 lid 1 onder b Wet BIG). Of de verklaring al dan niet onder ede is afgelegd, is daarvoor niet bepalend. Klaagster moet daarom in haar klacht worden ontvangen. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege kan niet in stand blijven. Derhalve moet alsnog worden onderzocht of de arts daadwerkelijk opzettelijk in strijd met de waarheid verklaringen heeft afgelegd ter gelegenheid van de behandeling van de eerdere klacht op 2 februari 2010.

4.3 Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan op basis van hetgeen in de onderhavige procedure naar voren is gebracht niet worden vastgesteld dat de plastisch chirurg in de eerdere tuchtrechtelijke procedure (uitspraak op 30 maart 2010) over de behandeling van klaagster opzettelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard. Klaagster heeft dit – tegenover de gemotiveerde betwisting van de plastisch chirurg – niet aannemelijk gemaakt. Zelfs indien overeenkomstig haar stelling zou worden aangenomen dat de bulten die enkele jaren na de behandeling in haar gezicht en op haar bovenlip zijn ontstaan uit harde klonten plastic bestaan, dan is daarmee niet gegeven dat de plastisch chirurg ten tijde van de behandeling in 2000 wist of had kunnen weten dat dit een mogelijke bijwerking was van het middel Dermalive. Dat de plastisch chirurg het middel in strijd met de voorschriften van de fabrikant in het “lippenrood” heeft geïnjecteerd, wordt door de plastisch chirurg betwist en is niet aannemelijk geworden. Het Centraal Tuchtcollege zal de klacht van klaagster daarom afwijzen.

4.4 Om redenen aan het algemeen belang ontleend, zal de publicatie van deze beslissing worden gelast.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep;

wijst de klacht van klaagster af;

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant, en zal worden aan­geboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing.

Deze beslissing is gegeven door:
mr. K.E. Mollema, voorzitter, mr. W.P.C.M. Bruinsma en prof. mr. J. Legemaate, leden-juristen en dr. R.T. Ottow en prof. dr. R. Willemze, leden-beroepsgenoten en mr. A. Mul, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 januari 2016.

Dit artikel als PDF (ingekorte uitspraak)